|
LOGBOEK 2007: Januari - Maart
1 & 2 januari 20077
Vandaag zou er een andere vriend langskomen op de
boot, om 17:00. Ook hij komt niet en Laure zweert nooit meer een
afspraak met Afrikanen te maken. Later bleek hij 2 uur op ons
gewacht te hebben in de club, terwijl we toch echt op de boot
hadden afgesproken. We beginnen de boot voor te bereiden,
voedsel en water in te slaan, voor de trip naar het zuiden en
Brazilië. We monteren de Navik en gaan lunchen met Jaques.
3 Januari
Naar de stad, uitklaren en nog een keer naar het
postkantoor om te kijken of Laure's pakketje al is gearriveerd.
Een half uur zoeken en bellen levert niets op. We missen de bus
en lopen terug naar de club, wat een smerige stad, hier komen we
voorlopig niet meer terug.
4 Januari
04:00 gaat de wekker. We hijsen het grootzeil en
halen het anker op, ik schat de wind verkeerd in en we komen
heel dicht bij een ander jacht, shit afvallen, schoot vieren,
nee we halen het wel, schoot weer aanhalen, we passeren zijn
ankerketting op 30 cm. Zo nu zijn we wakker! Heerlijk in het
donker wegzeilen, de boot was al voorbereid en we hadden nog
geen vijf minuten nodig. We vliegen naar het zuiden. Met halve
wind weten we een gemiddelde van 5.8 knoop te behouden tot de
wind afsterft rond een uur of vier in de middag. Met de Gennaker
behouden we koers met 2 knoop. Later in de avond is de wind
terug en racen we verder, met een aflandige wind is het super
zeilen, veel wind geen golven. |
|
5 Januari
Om 700 komen we aan bij de eerste boei, een
oorlogsschip gaat ons voor, we draaien na drie boeien de
vaargeul in, varen aan de wind met enorme grondzeeën. Ondieptes
overal, na boei zes komt boei zes!! Boei acht nergens te
bekennen, de kaart is uit 1977, en het is allemaal iets te
spannend. De dieptemeter houden we scherp in de gaten, aan
stuurboord geen boeien, maar daar ligt een verroest wrak om ons
de weg te wijzen. Eenmaal achter de zandbanken denken we
erdoorheen te zijn, maar het waait nog steeds hard (6 bft) geen
tijd om te reven, zijn te druk met kruisen, alles is nat. Dan
zien we een boot naar buiten varen het is de Julo, we passeren
elkaar zo dicht mogelijk en schreeuwen elkaar de beste wensen
toe. Laure is helemaal happy, haar vrienden te zien. Pas 5 mijl
de rivier op wordt het rustiger. We reven en zeilen verder, we
willen zover mogelijk de rivier op voordat het tij keert.
Gelukkig word het steeds beter en komen we steeds meer mensen en
dolfijnen tegen, het is heel gaaf, de Casamance is een soort
Biesbosch. We blijven kruisen, en beginnen steeds meer te
relaxen, ik hou de kaart (die opvallend nauwkeurig is) scherp in
de gaten. Op een goed moment eten we een grapefruit, en Laure
vraagt moeten we niet eens overstag, nee pas 200 meter van de
kant, ik ga nog eens op de kaart kijken, toen liep de boot op de
zandbank. De bomen bleken bosjes en de kleurverandering zagen we
niet doordat de zon recht in onze smoel scheen. We proberen de
boot los te krijgen, zet Laure op het eind van de giek om de
boot scheef te trekken maar met geen resultaat. |
Snel rekenen. Hoog water, een
lichte paniek overvalt me, shit het is springtij! Ik probeer
Laure zo luchtig mogelijk te vertellen dat we 2 weken moeten
wachten, tot het water weer hoog genoeg is. Het water daalt en
daalt. Ik reken en reken, en heb al snel het idee dat er niets
van de getijgegevens klopt. Dat zou mazzel zijn. We brengen
alvast twee ankers uit aan 150 meter lijn. Vissers in een
boomkano passeren en bevestigen de foute gegevens, we liepen aan
de grond 3 uur na hoog water. Snel aan de slag. We hangen 140
liter water aan het eind van de giek. En brengen een blok naar
de top van de mast. In wezen stijgt het water nog 50 cm. De
dieptemeter geeft 60cm weer. Dat is niet genoeg! Het is
ondertussen pikkedonker en we wachten, het water stijgt langzaam,
maar de boot blijft moervast in het zand. We beginnen de boot
scheef te trekken met de lijn via het blok in de top van de
mast. Met z'n tweeën op de lier, scheef, schever, scheefst. Hij
beweegt!! We trekken de boot dwars van de zandbank. En laten het
anker in drie meter vallen. De 150 meter polypropyleen, gaat
over boord, en drijft weg, in het pikkedonker kunnen we hem niet
meer vinden.
6 Januari
We wachten tot de ochtend en vinden onze ankers
terug. We zoeken een rustig riviertje waar we gaan opruimen,
schoonmaken en slapen want we zijn doodmoe, Laure is helemaal
blij als ze flamingo's en Pelikanen ziet. Ze wordt boos op me
omdat ik niet zo enthousiast bent. "Heb je wel eens eerder
Flamingo's gezien", ja "waar dan?" In de dierentuin! "Dat telt
niet!" Hoezo, zelfde vogel toch, laat maar. |
|
|
[Top]
7 Januari
We zeilen de rivier op naar Ziguinchor,
fantastisch, overal vissers in pirogues (bootjes) en uitgeholde
boomstammen. Mangrove afgewisseld met palmbomen. Super. Laure
word weer iets te enthousiast als we dolfijnen zien, valt gelijk
af en ik moet fotograferen, maar in de smalle rivieren met de
zandbanken heb ik wel wat anders aan mijn hoofd. De
dieptecontouren zijn zo bizar, midden in de rivier zandbanken en
15 meter diepte op een meter van de kant. Een groot jacht
passeert ons en ik moet hem bijhouden natuurlijk. Laure
beschuldigt me van macho gedrag. Ik uitleggen dat hij alleen
sneller is vanwege zijn 12 meter waterlijn. Maar wij zeilen veel
beter!! Ik weet zeker dat we hem kunnen bijhouden. Uit protest
valt ze nog even 10 graden af. Later in Ziguinchor komt de
schipper ons complimenteren op ons goede zeilen. Hij is
charterschipper en vaart al 8 jaar op de rivier. Het ankeren in
Ziguinchor gaat helemaal mis. Ik wil eens proberen om voor de
wind te ankeren. Het anker valt en ik draai de boot in de wind
maar hij wil niet. De stroom is sterker dan de wind. Snel
trekken we het grootzeil naar beneden. Wat een afgang. s'Avonds
eten we op de Bluevic uit Basel. |
|
8 - 10 Januari
Drie dagen relaxen. Ziguinchor is heet en stoffig,
maar veel beter dan Dakar. Eigenlijk hadden we hier veel eerder
moeten komen. Langs de waterkant bevind zich een hotel en de
zeilers mogen gebruik maken van de faciliteiten. Een zwembad,
restaurant en internet. Het hotel heeft verder een prachtige
tuin. Je parkeert je bijboot aan de privé-steiger en je bevind
je in een soort vakantieparadijs. Het moment dat je echter voet
buiten de poort zet is dat afgelopen, je stapt zo in een andere
wereld.
Met Daniel en Nina, onze Belgische vrienden, gaan we naar de
versmarkt aan de andere kant van het stadje. Ze zijn hier per
motor naartoe gekomen en gaan nu met een Zwitserse Colin Archer
naar Brazilië. Daniel is echter al een paar dagen koortsig en
gaat naar het ziekenhuis voor een bloedprik, waaruit blijkt dat
hij wederom malaria heeft. Toch huppelt hij de hele dag rond,
malaria is blijkbaar vaak niet meer als een verkoudheid. Of zijn
de Belgen echt zo dapper? Verder maken we vrienden met Renan en
Katel van de Coriana een 10 meter stalen boot, ze zijn hier al
drie jaar en gaan iedere zomer terug naar Frankrijk om te
werken. Elke avond komen we samen en eten kilo's verse garnalen,
ze leven nog als je ze koopt voor drie euro per kilo!! Heerlijk.
's Avonds gaan we naar een live optreden, maar er zijn heel
weinig taxi's want er is even geen brandstof in het stadje! Als
we eenmaal aankomen, is de beste act al bijna voorbij. Wel heel
mooi wat we nog meemaakte, toen kwam de volgende band. Een
reggae band, het was meer toneel als muziek, playback en veel
vlagvertoon. Het was leuk voor even, maar toen werden de Bobs
heel vervelend, gelukkig dacht ik er niet alleen zo over, en
tien minuten later staan alle zeilers weer buiten.
Ons toilet is kapot, echt kapot, "beyond repair" zeg maar. Ik
wist dat dat een keer ging gebeuren, een fatsoenlijk toilet kon
ik niet betalen. Nu moeten we verder met een emmer. Gelukkig
hebben ze hier geen toiletten en poept de halve bevolking op een
speciale emmer.
We kopen dus een Afrikaanse poepemmer, een groene. Wel even
wennen. Laure doet er niet moeilijk over en ik realiseer me
wederom hoe goed ik het heb getroffen met haar.
De tiende gaan we uitklaren. We worden weer eens heen en weer
gestuurd. Immigratie stuurt ons door naar havenkantoor en daar
sturen ze ons door naar immigratie. Alle zeilers doen die dag de
vierdaagse training. Iedere keer zijn de regels weer anders.
Uiteindelijk hebben we een stempel en bekijken ze het allemaal
maar.
|
|
11 Januari
De Coriana had gevraagd of we samen wilden
zeilen. Dat is erg populair onder Fransen. Met een paar boten
van plek naar plek. Van ons hoef dat dus niet. Lekker onze eigen
weg gaan, veel beter! Maar aangezien we allebei naar hetzelfde
dorp willen, stellen we voor om dan in ieder geval samen de
rivier af te varen. Hier hebben we al snel spijt van want die
boot van hun is zooooooo traaaaaaaag! Veel aangroei en gebrek
aan lichtweer zeilen. We laten af en toe het voorzeil zakken om
ze een kans te geven ons in te halen. We zeilen de hele dag
inclusief de hele smalle rivier op naar Niomoune.
Niomoune is de meest populaire ankerplaats, al snel komen we er
achter waarom. De schoonheid, de mensen? Nee er is een café. En
waar Pastis en Bier genuttigd kan worden, vind men de boten.
Triest eigenlijk. Vaar je duizenden mijlen van huis, ga je met
landgenoten je dagen aan de tap slijten. Vele boten zijn hier al
jaren.
12 Januari
Vandaag op ontdekking in het dorp. Overal lopen
beesten rond. Overal zijn vrouwen hard aan het werk en mannen
zitten te kletsen. Ik zeg tegen Laure "In Afrika werken de
vrouwen en krabben de mannen aan hun ballen. "Oh dus net als aan
boord, hihi". Ja grappig hoor.
Comment tu t'appelles, Comment tu t'appelles, foto, foto. Alle
kinderen willen op de foto en onze naam weten. Een jongen klimt
een Boabab boom en plukt een vrucht (monkeybread) voor ons. We
gaan er bouye van maken, een populair drankje, goed tegen
diarree. Het is bloedheet en doen het rustig aan.
|
|
13 Januarii
We worden wakker door de wasvrouwen aan de oever,
die kletsen aan een stuk door de hele dag. We willen vertrekken,
Laure gaat wat brood zoeken, en ik ruim op. Een meisje helpt
Laure met zoeken. Bij de bakker aangekomen moet Laure alleen
naar binnen want het meisje is ongesteld en als ze naar binnen
gaat zal ze sterven! Er zijn veel bijzondere regels en gewoontes
in dit dorp, maar om die te begrijpen moet je er heel lang
blijven. Christendom gemengd met Animisme. Bij de derde en
laatste bakker vind ze nog twee broden. We zeilen weg maar al
gauw komt de wind van voren en de rivier is te small om te
kruisen. Op de motor varen we de hele rivier op. Meerdere malen
lopen we vast maar komen steeds weer los. Nemen een verkeerde
afslag, en moeten de boot draaien maar de rivier is smaller dan
de boot lang is en we moeten doorgaan tot er een verbreding is.
Het mooie van hier varen is dat je overal je anker kan laten
vallen en gaan overnachten. Dus als je er geen zin meer in heb
stop je gewoon. Bij de monding aan een grotere rivier stoppen
we, genoeg motorherrie voor een dag. We zwemmen en kijken een
filmpje.
14 Januari
Vandaag hebben we twee opties: 5 mijl motoren in
de smalle rivier of 15 mijl zeilen in de brede. We kiezen voor
de brede. Heerlijk. De kaart geeft geen dieptes meer aan hier en
we varen met een scherp oog op de dieptemeter. In de passage
tussen de Diouloulou en de Inifouk rivier lopen we weer op een
zandbank. Met grof motorgeweld duwen we de kiel door de zachte
bodem, en zeilen verder. We hebben vandaag het paradijs weer
voor ons alleen, af en toe een nederzetting met rieten hutjes en
boomkano's. Verder veel dolfijnen en flamingo's. Bij Kalisseye
aangekomen gooien we ons anker uit voor het strand. Het is hier
te gek. Net een ansichtkaart, witte stranden en palmbomen.
|
|
|
|
15 Januari
We gaan aan land en ontmoeten de visser Assim.
Hij neemt ons mee naar het dorp. Twintig hutjes gemaakt van
palmbladen. We vragen hoe we aan de oceaankant komen. Hij brengt
ons erheen, want vandaag heeft ie genoeg gevangen. We lopen door
het bos dat niet erg dichtbegroeid is, erg zanderig en hier en
daar wat velden waar gewassen worden verbouwd. Voornamelijk
rijst en marihuana. Dan zien we de oceaan weer. Heel kalm, heel
mooi. Kilometers perfect strand waar je geen mens tegenkomt,
alleen maar vogels en stieren. De stieren zijn niet welkom in
het dorp en leven op het strand. Daarna worden we uitgenodigd
voor eten. Zijn huis bestaat uit een palmbladen omheining met
erin kippen en een groot rookrek voor de vis, een hoekje om te
douchen en een hut waar ze slapen. Zijn grootste bezit is een
radiootje. Maar hier heb je verdomd weinig nodig. Een mes, een
muggennet en een pan. We eten rijst en vis, hun dagelijkse kost.
16 Januari
Laure gaat naar het dorp voor brood en een cursus
bissap maken, (sapje van gedroogde rode bloemen) want dat wil
nog niet zo lukken. Voor het brood moet de broodverkoper iedere
ochtend 14 km lopen. We voelen ons bijna schuldig maar hij doet
het bijna dagelijks. Laure komt terug met Assim in zijn zeven
meter lange boomkano. Ze gaan Pelikanen zoeken want daar is
Laure gek op. Ik ga mee. Met een plastic zak als zeil en de
stroom mee, varen we snel de rivier af. We gaan naar een
zandbank voor de kust waar honderden van die beesten vertoeven.
Het is weer sprookjesachtig mooi. Af en toe denken we dat we
alleen op de aarde zijn, dit is ons universum. Terug gaat wat
lastiger want we moeten peddelen. |
17 Januari
Beetje klussen vandaag. We wachten op de
kentering van het tij om het water in te duiken en het
onderwaterschip te schrobben. De laatste keer was op de Kaap
Verden meer dan een maand geleden. De aangroei valt mee en
binnen een kwartier is het weer schoon.
We eten weer bij Assim, (rijst en schelpdieren).
18 Januari
Vandaag wilden we verder trekken maar Laure voelt
zich koortsig. Dus stellen we het vertrek nog een dagje uit. Ik
peddel naar het dorp om ons bestelde brood op te halen. Het is
druk, vier vreemdelingen, ze komen uit Gambia dus spreken engels.
Ik vraag aan een van die gasten wat ze hier doen, en hij zegt
vis kopen. Ja natuurlijk, helemaal uit Gambia om vis te kopen,
zeker die vis die daar achter in het bos groeit! Hij begint
nerveus te lachen, ahh do you smoke? We kletsen wat. Als ik
vertel dat ik uit Nederland kom is het helemaal goed, want
overal ter wereld weten ze dat hasj in Nederland volstrekt
legaal is. Ik doe geen moeite om hem ons gedoogbeleid uit te
leggen. Iedereen moet tenslotte een Utopia hebben. Later bel ik
mijn moeder die vandaag jarig is. Het stormt in Nederland.
Verder wilt ze met Leo naar Brazilië komen, gelukkig begrijpt
mijn moeder me beter dan mijn vrienden, ze vraagt geen
aankomstdatum maar zegt "mail me als je er bent".
[Top]
19 Januari
We peddelen naar het dorp om afscheid te nemen
van Assim. We drinken nog een keer thee (60% suiker, 30% water
en 10% thee). Niet zo verstandig op een nuchtere maag. Misselijk
schudden we elkaar de hand. We zeilen weg en hebben wind en
stroom tegen. Na twee mijl, draaien we een andere rivier in, de
stroom is nu mee en de wind gaat liggen, motoren dus. Al geruime
tijd wordt er geschreeuwd en gezwaaid vanaf het strand. Als we
dichter bijkomen zien we drie vrouwen. Ze willen een lift, we
gooien het anker uit en halen ze op met de zodiac. Ze komen uit
Gambia en gaan op familiebezoek. Ze zijn echter verdwaald, ze
liepen vast in het bos en zijn bang voor de leeuwen (die hier
overigens helemaal niet rondlopen). Iets verder op is een huis
waar ze heen willen. Afijn, drie vrouwen een baby en bagage in
de kuip Laure op het voordek en ik sturen. Blijkt er is dus
helemaal geen huis te zijn, dan bedenkt een van de vrouwen dat
het de zijrivier moet zijn die we gepasseerd zijn. Ik draai de
boot om, de vrouwen bekvechten over de exacte locatie, de
zijrivier is te ondiep en we lopen vast. In zijn achteruit komen
we gelukkig gelijk weer vrij. Nu moeten ze toch echt beslissen,
waar ik ze moet afzetten, beschaamd vragen ze ons hun terug te
brengen waar we ze opgepikt hebben. Een uur later zetten we ze
weer af op dezelfde plek, ik zeg dat ze het strand moeten
aflopen naar het dorp en daar opnieuw de weg te vragen. Ik vul
hun waterfles en zwaai ze uit.
Als we de motor starten komt de lijn van de dinghy in de schroef
en breekt. De Zodiac begint weg te drijven richting zandbank,
Laure bedenkt zich geen minuut, kleed zich uit en duikt het
water in. Nieuwe knoop en verder. |
|
Met de stroom mee varen we snel de rivier af. En om vier uur
zien we de zee weer, we gooien ons anker uit en gaan op
ontdekking. We ontmoeten Jean en zijn vrouw Madelaine, zij zijn
met hun familie de enige bewoners aan deze kust. Jean moet naar
Ziguinchor, vanaf de overkant moet hij kilometers lopen tot de
grote rivier waar hij met een Pirogue mee kan varen. We
besluiten te helpen, met z'n vieren in de boomkano steken we de
rivier over. Terug nodigt Madelaine ons uit om morgen langs te
komen. We rennen langs het strand en doen een wedstrijdje rare
beesten zoeken, ik vind de grootste schelpdieren, dan vind Laure
afdrukken van apen en we besluiten ze morgen te gaan zoeken. Dan
doen we een wedstrijdje op ons hoofd staan. Zwemmen, eten en
slapen.
20 Januari
We gaan naar het huis van Madelaine, ze woont met
haar moeder en schoonmoeder en drie jongste kinderen, de vier
oudste wonen bij familie in een dorp met een school. Verder
kippen, varkens, geiten en koeien. Ze neemt ons mee op zoek naar
de apen, helaas vinden we ze niet. Laure gaat naar het strand om
brood te bakken. Ons fornuisbrandstof (spiritus) is bijna op.
Dus moeten we allemaal manieren bedenken om brandstof te
besparen. Een daarvan is koken op open vuur. |
Na onze maaltijd, begraven we de
gloeiende as met in alufolie gewikkeld deeg in een kuil. Dit
moet morgenochtend dan vers brood opleveren. Aangezien er nogal
wat zwijnen door het bos lopen, besluit Laure op het strand te
slapen om het brood te bewaken.
21 Januari
Laure heeft slecht geslapen, een groot varken
heeft haar de hele nacht gezelschap gehouden, "Wat dat betreft
leek het alsof ze aan boord was!". Haha, grappig hoor. Het brood
was erg lekker. De rest van de dag doen we niets.
22 Januari
We staan vroeg op en gaan op ontdekking. Uren
struinen we door de bush op zoek naar die verdomde apen, maar
weer laten ze zich niet zien. Wel veel flamingos, lepelaars,
pelikanen, ijsvogels, gieren, witte reigers en een hoop beesten
waar ik de naam niet van weet.
Laure knipt mijn haar op het strand, daar is ze niet zo heel
goed in, grote happen in mijn kapsel. Maar we gaan de oceaan
oversteken dus wie ziet me? We zeggen tot ziens tegen Madelaine,
ze vraagt of we volgend jaar terug komen. Ik zeg misschien over
tien jaar.
|
|
23 Januari
Met een rijzend tij verlaten we de ankerplaats.
We gaan terug naar Ziguinchor, maar willen binnendoor. Hier is
echter geen info over. De rivieren zijn erg ondiep, toch willen
we het proberen. Al snel lopen we aan de grond, muurvast. Nu
stijgt het water dus hebben we slecht geduld nodig. Een
vissersboot komt langs ze vragen wat brood. Vier stuks vers
brood met chocopasta. Alstublieft. Een uur later komen we vrij.
Vanaf nu peddelt Laure in de kayak voor de boot uit om de diepte
te peilen met de peddel. Een uur later weer vast (mijn schuld),
het ziet er slecht uit. Muurvast in hard zand, ik duik om te
kijken of ik een kanaal kan graven want het is bijna hoogwater,
gelukkig stijgt het nog voldoende (paar cm). We varen een andere
rivier in na een vierweg splitsing, en het mysterieuze getij dat
hier heerst heeft weer iets mafs in petto. Twee tot drie uur
tijverschil over een halve km! We zitten nu zo'n beetje in het
midden van het rivierenstelsel. Even ver naar zee links en
rechts om! Sommige rivieren stromen noord, sommige zuid! Bij een
ondiepte gooi ik het anker uit terwijl Laure de doorgang zoekt.
Het duurt echter zolang dat het water zover zakt dat de boot
vast komt. Langzaam valt hij droog. Het water zakt en zakt en
zakt. We kunnen niets doen. Bij 45 graden helling blijft de boot
liggen. Het water zakt nog verder tot 10 cm diepte. In de boot
hebben we niets te zoeken. Ik warm een geweckt goedje op in de
bijboot, deze had ik gekregen van de Fuga (ander klein bootje)
voor een speciaal moment. Jesus wat lekker voer, ik wil ook een
Indonesische vrouw! We proberen te slapen. |
|
24 Januari
Een uur s'nacht, hoogwater wegwezen. We trekken
de boot 30 meter verderop in dieper water en gaan weer naar bed.
Om 9:30 stuur ik de boot achter Laure aan die weer in de kayak
zit. We gaan erg vlot, en lopen niet meer aan de grond. Af en
toe bijna, maar naast me in de kuip heb ik nu het hekanker
klaarliggen. Als Laure het teken geef, gooi ik het anker direct
in het water. Loop naar voren voor het boeganker en lig dan
stevig geparkeerd. Als we de grote rivier bereiken (5.5 km
breed), kunnen we de zeilen hijsen. Dat duurt helaas niet lang.
Op de motor varen we naar Ponta. Een verlaten hotel siert de
oever. Tien jaar geleden was hier een Club Med vestiging, toen
kwamen de rebellen, schoten een paar mensen dood en sindsdien is
er niemand. Ik kook, want Laure had geen zin. Ik vergeet het
eten te laten mislukken, en nu weet ze dat ik het ook kan, shit!
|
25 Januari
Met de stroom mee naar Zinguichor. Weinig tot
geen wind, dus voornamelijk motoren. We komen wat bekenden tegen
en kletsen onder het genot van een koud drankje. Dan check ik
mijn mail, triest bericht, een kameraad is overleden. Ik wist
dat hij erg ziek was, maar toch komt het als een schok. Mijn
avond is verpest. We gaan uit eten, het is lekker, friet met
biefstuk. Het restaurant zit vol met (dikke) oude blanke mannen
met jonge Senegalese vrouwen/meisjes. Wat een viespeuken, ik wil
ze in hun bek kotsen maar houd me in. Laure doet haar best om me
wat op te vrolijken. Ik denk aan Richard, en aan alle gekke
avonturen die we samen hebben meegemaakt.
26 - 29 Januari
Terug in Ziquinchor, bunkeren. We kopen drie
dozen chocoldebars (een soort Nuts zonder noten). We besluiten
de hogedrukpan te verkopen want die we hebben is ongeschikt,
Laure is twee dagen de hele stad aan het doorstruinen met de
tefalpan. Ze ontmoet vele mensen en beleeft allerlei avonturen
maar niemand heeft hier geld. Bij toeval verkoopt ze hem
uiteindelijk aan de moeder van een Libanese winkelier. Er vaart
een Pogo850 de ankerplaats op en ik moet even nieuwe vrienden
maken. Dit is mijn droomboot en naar mijn mening een ideale
cruiseboot. Leuk om dat bevestigd te krijgen. Ik krijg een
uitgebreide tour.</ br> We ontmoeten weer bekenden uit Dakar,
een Frans echtpaar met twee kleine meisjes. Hij is 35 en
gepensioneerd (leger). Nu heeft hij alle tijd van de wereld om
zijn dochters fatsoenlijk op te voeden.
30 Januari
Vertrek uit Ziguinchor. Erg weinig wind, traag,
later gaat de wind helemaal liggen. We starten de motor. We zijn
er van overtuigd dat we de wind niet meer zien vandaag, dan
begint het opeens uit het niets hard te waaien. Bovendien recht
in onze smoel. Reven en kruisen. We gaan weer ankeren bij Ponta
want verder komen we vandaag niet. Daar ligt ook de Pogo. We
worden uitgenodigd voor pasta. Denis (de schipper) vertelt over
zijn doublehanded Atlantische cirkel met een Pogo 40, wauw! Plus
20 knopen. Dat niet iedereen met geld zo'n boot koopt zal ik
nooit begrijpen. Want wat een dure …boten varen er rond, als je
geld hebt koop je toch iets fatsoenlijks.
31 Januari
Vandaag de ergste dag van de reis, alles lijkt
fout te gaan. Vanochtend is de Pogo vertrokken nadat hij
meerdere keren had gepoogd te herankeren. Het woei nog erg hard.
Half uur later vertrekken wij. Omdat ik eigenwijs ben en alles
onder zeil wilt doen lag de boot bijna op het strand. Laure
kreeg het anker niet getild. Ik helpen, toen was hij opeens
boven en had ik geen tijd meer om het grootzeil uit te duwen.
Draaien dus de verkeerde kant op. De draaicirkel van de Vega is
te groot om een kort rondje te maken, dus ik brullen dat het
anker weer overboord moet. Net op tijd, dan maar met de motor.
We motoren naar dieper water en hijsen de fok. Na tien minuten
ratel ratel ratel, "wat de fuck?". Paul het anker is overboord.
Terwijl ik naar voren ren en de ketting grijp, legt Laure de
boot stil. Het zeil klappert en de schoot slaat mijn bril van
mijn kop, zo de rivier in. Het anker trek ik weer aan boord en
borg het, dat was Laure "oeps" vergeten! Ik vloek behoorlijk. We
zeilen de rivier af naar zee, maar de wind 7 bft, waait uit het
Noordwesten. Vandaag vertrekken is gevaarlijk. We gaan op zoek
naar een rustig ankerplekje, maar dat valt niet mee. De rivier
is nergens rustig, pas na 15 mijl achter een zandbank kunnen we
relaxen. |
[Top]
1 februari 2007
Vandaag nog steeds te veel wind, grappig
eigenlijk, een maand rustig weer en de dag dat je wilt
vertrekken, gaat het blazen. We besluiten nog wat te klussen en
schrobben nogmaals het onderwaterschip.
2 februari
Vertrek, we varen richting zee in de hoop dat
deze wat kalmer is. Het is oké, maar de wind gaat liggen tussen
de zandbanken, ongelooflijk. We motoren naar buiten met een
marinefregat voor en achter ons. Eenmaal bij de laatste boei
kunnen we het zeil weer hijsen. Als we eenmaal diep water onder
de kiel hebben slaken we een zucht, eindelijk weer veilig op de
oceaan!
|
|
|
3 - 24 februari
De overtocht was niet naar verwachting, we hadden
gehoopt op lekker racen door de beide passaten, ruim met de
Noordoost en half met de Zuidoost, met een beetje dobberen in
het midden (de doldrums) en veel vissen. Het verliep allemaal
wat anders. De eerste drie dagen weinig wind. Eenmaal verwijderd
van het Afrikaanse continent zet de passaat door en klokken we
de eerste passaatdag 140 mijl. De dag erna breekt het roer af
van de Navik en verdwijnt in de diepte van de oceaan. Dat is
klote, echt klote. Gelukkig heb ik een reserve. We monteren het
en gaan weer slapen. De volgende dag breekt het aluminium
bracket en nu is de Navik onbruikbaar. Ook dit onderdeel heb ik
in reserve, maar om het te monteren, moet het hele apparaat eraf.
De zee is veel te ruw om dat te doen, dus zit er niets anders op
dan met de hand te sturen tot we een kalme zee krijgen,
waarschijnlijk pas in de doldrums. Vijf dagen sturen we
uiteindelijk met de hand: twee uur op, twee uur af. Erg
vermoeiend en overdag bloedheet. We scheuren de Genua en ik ben
een dag aan het stikken. De passaat stelt erg teleur. Na twee
dagen weinig wind uiteindelijk een windstille dag en ik monteer
de Navik boven een spiegelgladde zee. Het is erg heet en we
springen om de beurt de oceaan in om af te koelen en het
onderwaterschip schoon te maken. Het water is zo warm en zo
helder, heerlijk. Maar het koelend effect is maar van korte duur,
het is gigaheet en da's niet leuk. Om niet te verbranden moeten
we onszelf helemaal inpakken wat het alleen nog heter maakt. We
passeren de evenaar op Valentijnsdag en terwijl we aftellen
komen er tientallen dolfijnen naar de boot en beginnen een show.
Te gek.
|
| Omdat we erg weinig wind hebben en
voornamelijk met de spinnaker varen, sturen we alsnog de meeste
tijd met de hand. Van vissen komt niets. We hebben ook veel last
van de squalls, enorme regenbuien, met soms zware windstoten. In
twee seconden doorweekt, overdag wel lekker, maar s'nachts niet
zo. De boot is in ieder geval weer helemaal schoon. Na Afrika
zat het woestijnzand in alle hoeken en gaten, nu is de boot weer
wit. Als we de vijfde parallel zuid passeren, denken we dat
alles achter ons is, maar dan begint het gesodemieter pas echt.
Heel weinig wind en heel veel regen, we komen amper vooruit.
Over de laatste 800 mijl doen we elf dagen. Het lijken soms wel
elf weken. Tijdens de hele oversteek zijn we veel schepen tegen
gekomen. We hebben er 58 gevinkt, maar zijn er vast een paar
vergeten. Dat is drie schepen per dag! En al die verhalen van op
de oceaan kom je niemand tegen, gelul dus. Eenmaal
aanvaringskoers en een keer een schip dat iets te dichtbij
dreigde te komen (100 m.). In beide gevallen heb ik ze
opgeroepen en verlegden ze netjes hun koers, wat supergeil is
natuurlijk: een gigantische tanker die even aan de kant gaat
voor Rebellion. Nogmaals, AIS rules!! Toen we eindelijk de kust
in zicht kregen, hing er een gigaregenwolk boven Salvador.
Kregen nog een windvlaag die de zeilen bijna uit hun lijken
blies en daarna viel de wind weg. Nog negen mijl te gaan. Het
uitzicht is fantastisch wolkenkrabbers in een zee van groen.
Laure werd erg nerveus en eiste dat ik de motor zou starten. Oke,
jij je zin! We motoren de baai in en parkeren de boot in de
jachthaven. We rennen naar de douche, eindelijk in Brazil!!
|
|
27 feb - 03 mrt
Brazilië is een gekkenhuis, dat is me wel gelijk
duidelijk. De Marina ligt midden in de stad, wat zo zijn
voordelen heeft. Alles in de buurt. Eerst moeten we inklaren.
Gemiddeld duurt het drie dagen voordat je alle instanties hebt
afgelopen. Althans dat wordt ons verteld. Met een map vol
interessant uitziende paperassen beginnen we aan onze missie.
Stop 1: Policia Federal (immigratie). Twee flinke coppers
zitten een soap te kijken, de airco draait op volle toeren, ze
zijn heel vriendelijk en redelijk snel. Te snel eigenlijk want
het is wel lekker met die airco en nu moeten we een halve
kilometer in de hitte door de haven slenteren naar
Stop 2: Gezondheidsinspectie. Gelukkig stopt er een busje
dat ons een lift geeft "yo Obrigado". Chaos op het kantoor, we
worden in de wacht gezet en we denken hier gaan we. Maar
iedereen excuseert zich voor de drukte en binnen 3 minuten komt
iemand ons helpen. Ik krijg een berg papieren in de hand gedrukt,
kan ik alvast beginnen. Ik begin alles in te vullen, nee geen
ratten aan boord, nee niemand overleden, nee geen cholera. Oh
meneer! U kunt overal nee invullen en de rest mag je overslaan.
Maar waarom vul ik het dan in? Tja, regels meneer! Oké, ik zet
zeventien keer mijn handtekening. En we gaan weer verder.
Stop 3: Douane. Hier komen ze mensen tekort. Niemand
draagt uniform, dus je weet niet wie er werkt en wie niet, maar
al snel zijn we er achter dat zij die rennen hier werken en zij
die stil staan niet! Weer vele excuses. Al snel komt iemand ons
helpen. Om het proces te bespoedigen, vult de medewerker alles
voor me in, drukt er 20 stempels op en klaar is Kees. Het is zo
grappig hier dat we nog even blijven om te kijken. Er zijn
mensen die een berg papier aan het stempelen zijn. Vier stempels
in een hand, tik tik tik tik, volgend blaadje, tik tik tik tik
etc. etc.. Ik schat honderd stempels per minuut. Bizar, een
andere medewerker zet even duizend keer zijn handtekening,
bureaucratie ten top.
Stop 4
|
|
[Top]]
Geld tappen, acht van de tien zeilers die we spreken, zijn
beroofd, sommige meerdere keren. Wees dus heel voorzichtig, de
straat voor de haven is vooral berucht.
De jachthaven zelf (twee steigers) wordt bewaakt door een
viertal bewakers met guns, verder staat er een groot hek omheen.
Neem dus nooit meer geld mee dan noodzakelijk. Geen dure
camera's of sieraden etc.. Na het pinnen terug naar de boot, en
hier je geld opslaan. Gezellig.
We eten in een kilo-restaurant, een soort buffet waar je betaalt
per gewicht. Ook heb je restaurants waar je betaalt per bord of
restaurants waar je een vast bedrag betaalt en zoveel mag eten
als je wil.
Op onze steiger liggen twee identieke boten, het was me
opgevallen dat daar vier lekkere chickas op wonen - geen
Braziliaanse want die vallen erg tegen - maar Poolse. Effe
babbelen, lang ingewikkeld verhaal dat erop neerkomt dat de
bouwer twee van zijn boten tegen elkaar rond de wereld laat
racen bemand door jonge vrouwen. Iedere keer komt ie even
buurten, hij betaalt voor alles, en aangezien er eigenlijk
helemaal niet geracet wordt, hebben ze een prachtig betaalde
vakantie. We besluiten wat te gaan drinken. Terwijl we lekker
kletsen in de kuip komen er vier Poolse mannen van een verderop
liggende tanker langs en we besluiten met z'n allen de stad in
te gaan. De volgende twee dagen feesten we tot we erbij
neervallen. Wat kunnen die Polen zuipen zeg!
Ik ga op zoek naar een nieuwe bril, we vinden een straat met wel
veertig opticiens (niet overdreven) en nu zien we door het bomen
het bos niet meer. De pest is dat je over de prijs moet
onderhandelen en daar hou ik niet van. Even snuffelen is er niet
bij. Als je de ene winkel uitkomt, staan er tieners voor je
klaar met een aanbieding van de concurrent. Zo worden we door
een veertienjarige de ene na de andere opticien binnengesleurd.
De Poolse meiden zijn weg, ik ben een beetje treurig, Laure wat
minder! We besluiten ook maar te vertrekken, maar eerst
boodschappen doen. Rodriquez is een gigawinkel, waar je helaas
niet alles kan krijgen. We leren al snel dat je niet op zaterdag
morgen moet gaan want we staan een uur in de rij alvorens we
kunnen afrekenen. |
|
4 - 6 mrt
We vertrekken een beetje laat naar Itaparica (een
popi eilandje 10 mijl van Salvador) en moeten racen tegen de
ondergaande zon. Met de spi op halen we het net. De ankerplaats
is een verwarrende doolhof van tientallen boeien en platformen
die niet op de kaart staan en nergens toe lijken te dienen. De
volgende dag doen we niets dan van de ene naar de andere bekende
boot peddelen en bijkletsen. Andreas ligt er ook, zijn oversteek
is best goed gegaan. 's Avonds eten we bij Stefan (de Zwitser)
die we kennen uit Senegal. Volgens Laure maakt hij de beste
caipirinha's dus zitten we dagelijks op zijn boot of hij komt
langs Rebellion met een kan. De laatste dag gaan we te voet het
eiland verkennen maar helaas regent het pijpenstelen. 's Avonds
eten we Paella op de boot van de Catalaanse Angel.
7 & 8 mrt
We willen rust en zeilen naar een watervalletje.
Stefan is er ook en de rest kun je wel raden. Lekker trouwens
zo'n zoet water douche. Als Stefan de volgende ochtend is
vertrokken met z'n twintig ton Colin Archer, besluiten we een
werkdag te houden. De zoutwaterpomp stinkt sinds Dakar. Iedere
keer als we hem gebruiken gaan we bijna over ons nek. Ik besluit
de hele voetpomp uit elkaar te halen en schoon te maken. Een
boot die we kennen van de Kaap Verden had wat nieuwe slang voor
ons. Ik kook de kraan uit en nu is het weer perfect.
|
9 -12 mrt
We varen de rivier Paraguacu op, heel mooi. We
gaan er naar de versmarkt in Maragojipe en kopen weer veel te
veel, maar ja met mango's voor 5 cent, wat verwacht je? We
blijven nog een dagje rondhangen en dan zeilen we naar het
klooster van Sao Francisco. We lopen door het dorp en krijgen
een rondleiding door de ruines. Iedere steen voor dit complex is
in 1600 en nogwat uit Portugal verscheept, daarna is het
gebruikt en een keer vernietigd, maar we begrijpen niet alles.
Hoe dan ook, ze zijn het nu aan het opknappen en willen er een
hotel van maken! Tof idee, maar er is geen geld. We wensen ze
sterkte want er staan alleen nog brokkelige muren.
13 - 15 mrt
Terug naar Itaparica want er is een boot gezonken
en iemand vertelde dat ie misschien een Navik had. Dagje wachten
want de eigenaar is er niet. De hele zeilersgemeenschap in rep
en roer want er is een zwemmende dief actief. Hij heeft van
bijna alle boten al gejat. Camera's, telefoons, laptops, zelfs
bikini's van de waslijn. Niemand durft meer van boord. Er word
een avondje wachtgelopen om hem te pakken, maar hij daagt niet
op. De volgende dag besluiten de getroffen zeilers collectief
naar het bureau te gaan en actie te eisen, want de politie was
tot dan toe niet geïnteresseerd. En dezelfde middag word de junk
ingerekend. De gezonken boot had overigens geen Navik maar een
Atoms.
16 - 18 mrt
We willen wat rotsen in de rivier gaan bekijken,
want ik wil klimmen. De wind houdt ermee op en we wijken uit
naar het eilandje Frade. Gaan snorkelen. Tijdens de lunch pikt
de wind weer op en we varen naar de rotsen. Volgende ochtend
naar het strand waar ik met schoenen in de hand in een
oesterschelp stap en een grote snee in mijn voet krijg. Vloeken.
Klimmen kunnen we nu wel vergeten. De rots was trouwens niet
fantastisch. De rest van de dag lezen en crêpes eten. De 18de
terug naar Salvador.
|
18 - 22 maart
Achttien maart en we komen weer aan in Salvador,
we willen ankeren om geld te besparen, maar de boten liggen zo
dicht op elkaar dat is vragen om problemen, we parkeren dus in
de jachthaven.
Het is vandaag mijn verjaardag en bij toeval zijn er nog twee
lui jarig op de steiger. We besluiten samen te vieren, een
omgekeerde bijboot dient als tafel. Iedereen is Frans en ik heb
eigenlijk helemaal geen zin, excuseer mezelf na twee drankjes
met smoes en ga terug naar de boot.
We zijn van plan kort te blijven. We klaren uit en halen mijn
nieuwe bril op. Het laswerk is af, alleen komt Marcelo (de
lokale bootwerker/manusje van alles) het op het laatste moment
terugbrengen … en het blijkt niet goed te zijn, weer een dag
uitstel. De computer was gecrasht en herinstalleren werkt niet,
dus vinden we hier ook mannetje voor. We spreken vaste prijs af
en hoeven alleen te betalen als alles werkt. Goede deal, alleen
had i de hoeveelheid werk verkeerd geschat. Uiteindelijk is hij
meer dan 20 uur in de weer, voor alles werkt, blijkbaar toch
niet zo professional. Afijn, het laswerk is de tweede keer weer
niet goed en weer een dag uitstel. Op de computer vinden we nog
wat mankementen en ook die kan weer terug.
Ondertussen is Scott met de Sea Warrior aangekomen, Scott kennen
we uit Las Palmas, zijn vrouw Sue en de kinderen zijn even terug
naar Schotland en zullen spoedig weer komen. Een hoop bij te
kletsen. Scott en Laure gaan samen shoppen, op de fiets door de
verkeerschaos in Salvador, levensgevaarlijk. Ondertussen ben ik
druk bezig Marcelo achter zijn broek aan te zitten en de
computergast voor de dertigste keer uit te leggen dat ik echt
niet meer installatie cd's heb. Laure maakt pizza's en verse
passievruchtcocktail op Sea Warrior. Dan is alles klaar, althans
het laswerk is slechts gedeeltelijk gelukt, scheelt dus wat
poen, maar ik zal de bracket later in roestvaststaal laten maken
want aluminiumlassen is mislukt. Ook de computer is klaar, nu
hoeven we dus alleen nog maar met Scott uit eten en vertrekken
we morgenochtend. Eerst nog even Maxsea installeren. Ik doe dit
op de Nunatak, de boot van Thomas en Nadine, jong stelletje met
twee kleine kinderen. Gaan ook naar het zuiden. Voor het
instaleren de antivirus software uitzetten, oké …. maar waar is
die eigenlijk? Zoeken, nergens, is die gast dus vergeten. GVD!!
Na drie dagen stressen is het nog niet klaar. We installeren de
navigatiesoftware en ik ga op zoek naar de computergast. Ik vind
hem en eis dat de computer morgenochtend om zeven uur klaar is.
Hij heeft echt een hekel aan mij ondertussen, maar afspraak is
afspraak. Hij belooft de computer om half zes de volgende
ochtend op te halen. Prima, al heb ik er weinig vertrouwen in.
Terug naar de boot, Laure en Scott zitten al twee uur te wachten
met een knorrende maag. Ze zien dat ik erg gestrest ben dus
zeggen verder niets, erg slim. Nadine gaat ook mee. Dikke pret.
[Top]
23 maart
Om zes uur komt de computergast, niet slecht voor
een Braziliaan. Hij pakt de computer zegt verder niets en gaat
naar zijn kantoor. Ook een goede morgen!? Half negen vertrekken
we, met de stroom mee varen we spoedig naar het zuiden. Ons doel
is Morro de Sao Paulo, een supertoeristisch dorpje maar
blijkbaar erg mooi. We ankeren in Gamboa, iets verder de rivier
op. Hier liggen we wat rustiger, nuttigen een drankje op het
strand en genieten van de zonsondergang.
24 maart
Over het strand lopen we naar Morro de Sao Paulo.
Inderdaad heel veel toeristen maar ook wel mooi. We eten ijsjes,
lezen een boek onder een palmboom en gaan snorkelen. Later
bezoeken we de vuurtoren en een oud fort, dat moest beschermen
tegen de Hollanders. Lopen terug naar Gamboa en eten een
x-burger (spreek je uit als cheeseburger, wat het ook is). Dit
is populair lokaal voedsel, eten we om de dag ofzo. Maar met
fruitsap voor het gezonde, zeg maar.
25 maart
Rampdag nummer twee op deze reis, niet dat er
enig gevaar was of iets kapot ging. We moesten kruisen naar het
zuiden, een steile korte zee remt de boot, we maken totaal geen
snelheid en dat terwijl we vorige keer zo snel gingen, zware
windstoten afgewisseld met windstiltes. Vijf keer trekken we de
zeilen naar beneden, omdat de boot onbestuurbaar werd. Veel
regenbuien. Beide in een "bad mood", we spreken zelfs over het
verkopen van de boot. We worden ingehaald door twee gigajachten,
het lijkt wel of we stil staan. Halen ook de baai niet voor
donker en besluiten te wachten tot de volgende dag. Dat duurt in
de tropen overigens lang, om 18:00 is het donker. De nacht maakt
alles goed, fantastische sterrenhemel.
26 maart
We varen met eerste licht de baai in en vinden
een te gek ankerplekje. Gelegen aan eilandje enerzijds en
restaurants anderzijds. Het water is erg helder voor een rivier.
Zwemmen uitgebreid. Gaan op zoek naar eettent, maar de prijzen
zijn idioot. Het hele dorp leeft van de paar toeristenschoeners
die hier stoppen. Bij het laatste restaurant geven we het op. De
eigenaar doet ons een redelijk bod. We eten alsnog, Prato Feito,
dit is rijst met Feijao (bonenprut) en Carne du Sol (zongedroogd
vlees). Dit is de hoofdmaaltijd hier, we eten het regelmatig,
want het is lekker en vult je helemaal voor slechts twee Euro.
Dit is de beste tot nu toe, we eten binnen in de keuken, want
het stortregent. Typisch mooi-weer-restaurant. In de middag
zitten we op ons privé eilandje onder een palmboom en lezen een
boek. |
|
27 maart
Vandaag schrobben we het onderwaterschip, ik klus
wat en lees mijn boek uit. Laure pakt de kajak en gaat op
ontdekking. Ze vindt een dorp waar ze brood verkopen en loopt
naar de vuurtoren. Op de terugweg koopt ze een ijskoude fles
Guarana (Braziliaanse softdrink), deze drinken we op,
lekkuuuuuuuuuur.
28 maart
We verkassen naar ander eilandje, verder de
rivier op, geen schoon water meer. Ik pak de kajak en bezoek een
dorp. Hier zijn ze blijkbaar niet gewend aan gringos, iedereen
staart me na maar zijn wel heel vriendelijk. Geen brood, de
vrachtwagen komt om vier uur, zoveel begrijp ik nog met mijn zes
woorden Portugees. Laure bezoekt een ander eiland, hier hebben
ze een ezel die de hele dag rondjes loopt en fruit perst met
maalmolen (of hoe dat ook heten mag). Het fruit wordt geperst
voor de olie en deze wordt gebruikt voor het frituren van een
acaraje. Nog zo'n populair hapje. De kust hier heet Costa Dende.
29 maart
Varen verder de rivier op naar stadje Marau, zo
heet de rivier overigens ook. Hier Internet. We willen Gribfiles
en mailen. Shit, de weersvoorspelling is heel slecht, geen
fucking wind voor een week. Normaal gesproken wachten we dan.
Maar ik moet naar Rio: hier komt Merel mij opzoeken. Ze komt
over twee weken en we hebben nog 800 mijl te gaan, dit belooft
wat. We eten x-burger maar die is niet lekker. De ananassap met
mint is heerlijk en we nemen er twee. Brood is zo vers dat het
te heet is om vast te pakken! 's Avonds filmpie huren, de
gekopieerde Dvd's werken niet op de laptop, originele hebben ze
niet. Dus tik ik dit verhaal maar, ik word steeds luier wat
verhaaltjes schrijven betreft.
30 maart
Complete relaxdag. We gaan naar de markt en doen
nog wat Internet, kletsen bijna twee uur met de Franse eigenaar
van een van de megajachten die ons eerder passeerde. Hij vindt
mijn boot erg mooi! Ruilen? Hihihihi (betekent Nee!). Er gaan
allemaal wilde verhalen rond over een man aan de overkant van de
rivier: hij spreekt allerlei talen, is zelf Spaans en getrouwd
met Argentijnse, heeft een groot stuk land met meerdere
fantastische huizen en een zwembad met natuurlijk bronwater. Nou
da's vet, die ga ik even opzoeken. Ik spring in de kajak en
peddel naar de overkant. Hier aangekomen zie ik een man, een van
de bedienden neem ik aan, een kano schilderen. Ik trek mijn kano
op het droge en er komen vijf wild uitziende honden op me af
rennen. De bediende scheldt ze uit. Ik vraag naar de eigenaar,
hij is de eigenaar, zoveel begrijp ik nog want hij spreekt dus
helemaal geen Engels en Frans. Hij komt zelf uit Peru (niet uit
Spanje) en zijn vrouw heeft hem verlaten. Ik vertel hem dat ik
over een paar jaar ook mijn eigen huis wil bouwen en vraag of ik
zijn creaties mag zien. Ik volg hem door het bos. De huizen zijn
half open hutjes, zonder enig comfort. Hij is redelijk
zelfvoorzienend want er groeit van alles. Het water in het
zwembad is bijna zwart. Maar het idee is leuk. Als de mensen aan
de overkant eens wisten hoe het hier echt is, zal zijn status
snel dalen. Met de kajak vol kokosnoten en ander exotisch fruit
ga ik weer pleite, ook geeft hij me twee avocado's mee. Ik
geloof hem niet want die krengen zijn zo groot als voetballen.
Het blijken wel avocado's te zijn, voorlopig eten we dus
guacamole. Super lekker en simpel met brood.
31 maart
We pakken vroeg de stroom mee naar beneden, terug
naar Ilha do Goia. We lunchen met twee Fransozen en prepareren
de boot voor de reis naar het zuiden. Ik verzuip bijna terwijl
ik tegen de stroom in naar de boot terugzwem (1 meter p.m.).
Laure ligt op het strand krom van het lachen. Ze vindt mij
buitengewoon eigenwijs, zelf kruipt ze door de bush en laat zich
met de stroom mee naar de boot drijven. Liever uitgeput dan
doornen in mijn blote voeten! Jaja. |
[Top]
Laatst
bijgewerkt op 15 augustus 2008 |