INTERVIEWS EN ARTIKELEN:
Onderstaand interview stond in september
2006 in de Waterkampioen
en later in het Vega Bulletin.
Onderstaand verhaal stond in oktober 2003
in het blad Zeilen.
Dit verhaal stond eerder in het blad van
de Vega zeilers.

Uitstel, uitstel, uitstel. Altijd hetzelfde word er
onderhand gek van. Alle klussen aan de boot kosten 2 a 3
keer meer dan je ervoor uittrekt. Om maar te zwijgen over de
kosten die iedere keer mijn begroting overtreffen met een
factor "HEH?!" 2004 zou ik vertrekken met mijn Albin Vega
naar Australië. Nou da's niet gelukt dus.
Nadat ik in het voorjaar 2001 de 1672 kocht van de heer
Poppema (nog steeds lid van de kring, had nl. 2 Vega's!)
Begon het gesodemieter. Wist toen eigenlijk niet zoveel van
boten, had stiekem nog nooit echt gezeild. Maar goed dat
vertel je natuurlijk niet, anders neemt niemand je serieus
als je vertelt dat je de oceaan gaat oversteken. Boot bleek
niet helemaal aan mijn verwachtingen te voldoen en een paar
geplande aanpassingen veranderden in een complete verbouwing.
Interieur eruit gesloopt, alles kaal, dek eraf en alles weer
opnieuw opgebouwd. Ondertussen cascobouw. Ik zou er zo een
boek over kunnen schrijven, maar dat doe ik niet.
Zomer 2003: de eerste tocht na de verbouwing. Met drie
vrienden en een boot vol klimspullen vertrekken we naar
Noorwegen. Afijn, we komen in storm vlakbij Noorwegen en de
mast verdwijnt overboord. Onder noodtuig terug naar
Nederland.(lees verhaal 1)
Zomer 2004: compleet nieuw tuig, twee vrienden varen mee tot
Stavanger, en de volgende 2,5 maand vaar ik solo langs de
Noorse westkust. Beetje klimmen, beetje duiken en veel
zeilen. Heel mooi land en een absolute aanrader! Mijn plan
om in Noorwegen te overwinteren vervalt omdat ik zonodig
verliefd moest worden op een Spaans meisje. Besloot dus maar
om haar te gaan opzoeken. Het was ondertussen oktober en ik
had geen geld meer voor kaarten van Biskaje en Noord Spanje.
Besluit de boot in Nederland te droppen en al liftend verder
te gaan. Maar goed dat is een ander verhaal.
En nu is het dus alweer 2005, word al oud (26). Mijn vriend
Peter heeft twee weken geleden laten weten toch maar niet
mee te gaan. "Nou dan ga ik toch alleen!" Maar eerst moet ik
nog stormramen monteren, een nieuwe genua maken en 1001
kleine klusjes doen. Het is bloedheet, wat het klussen wel
erg onaangenaam maakt. Komt mijn broertje over uit Australië,
die had ik al in geen 2 jaar gezien, nog wat uitstel.
5 juli: eindelijk gooi ik mijn trossen los. Het regent en
het Slijkgat moet ik uit kruisen. De hele nacht blijf ik op
want ik heb geen zin in slapen. De volgende middag op weg
naar Calais hoor ik NW 7 verkondigen, geen ideale
omstandigheden om de Straat van Dover over te steken.
Besluit dus maar om Nieuwpoort aan te doen. s'Avonds gaat
het hard waaien. Ook de volgende dag lig ik verwaaid. Ik ga
op verkenning uit. Nieuwpoort is niet echt gezellig, maar
een jonge visser op de pier vertelt mij allemaal zeer
interessante feitjes. Zo weet ik nu bijvoorbeeld waar het
appartement van Kabouter Plop is, altijd handig!
Vrijdag vlieg ik naar Dover, af en toe op de rem voor een
paar grote jongens. Eenmaal aan de overkant valt de wind weg.
Tijd voor mijn geheime wapen voor deze reis, een nieuwe
gennaker. s'Nachts komt er weer wat wind en vaar ik naar het
Eiland van Wight. Hier aangekomen laat de wind het afweten.
Het wordt een week met geen of heel weinig wind. Het Eiland
van Wight passeer ik drie keer op de stroom alleen! De boot
schommelt en maakt me langzaam gek, zo kan ik dus echt niet
relaxed lezen! Overdag probeer ik alle pufjes met spi- of
gennaker te vangen, s'avonds gooi ik de zeilen neer en ga
slapen.
De derde nacht slaap ik door mijn wekkers heen en wordt meer
dan drie uur later wakker, niet zo handig in het Kanaal.
Elke ochtend begint met mist, zo dik dat je nog net je
voorstag kan zien.
Grote schepen passeren mij aan alle kanten. Aangezien mijn
VHF niet werkt, kan ik ook niemand van mijn positie op de
hoogte brengen. Als de BBC nog eens 24 uur zonder wind
voorspelt besluit ik de motor te starten.
Normaal gesproken motor ik nooit (alleen in de haven). Het
stinkt, maakt herrie, doet de boot trillen, maar het ergste
van alles is dat ik dan met de hand moet sturen. Ik haat
het! Havens in Engeland zijn te duur en daarom blijf ik
liever op zee. Of zoals nu, voor anker ver van
havenautoriteiten of ander tuig dat op je geld uit is. Om de
herrie van de motor te laten verdwijnen, zet ik keihard Jimi
Hendrix op. Langzaam lost de zon de mist op en een mooie
rotskust met vuurtoren openbaart zich. Als dan ook nog
flipper en zijn maatjes op bezoek komen, kan mijn dag niet
meer stuk. Hoewel, naarmate ik de ankerplek nader word het
steeds drukker, de plek zelf blijkt een populair
waterskigebied te zijn. Tering herrie. Snel trek ik mijn
duikpak aan en ga vissen. Zo hoef ik tenminste niet tegen
die toeristen aan te kijken. Ook de volgende dag geen wind,
lig weer de hele dag in het water. Vang een prachtige
zeebaars en bekijk een historisch wrak. Vrijdag eindelijk
wind. Zaterdag aankomst in het prachtige Falmouth. Hier zal
ik 10 dagen blijven liggen aan een meerboei. In de
tussentijd ga ik klimmen met mijn engelse vriend Harry.
|
 |
Op een regenachtige dinsdag vertrek ik met NO5.
Lizard Point verdwijnt snel over SB. Het is grauw,
nat en slechts 16°C maar het ergste is dat ik een
beetje misselijk ben.
De volgende dag begint met windstilte en mist, later
hevige neerslag. Donderdag NW 7 uit het niets, Boem.
Het reven van mijn nieuwe genua werkt dus niet in de
praktijk. Hier baal ik behoorlijk van. Dan maar de
werkfok omhoog en derde rif zetten, met halve wind
varen we verder. Als ik tegen de avond mijn hoofd
eens door het luik steek, zie ik op 200m twee
vissersschepen, had ze niet eens gehoord. br />Vrijdag
af en toe zon maar met 19°C nog steeds koud. Vang
een tonijn en weet gelijk wat ik de komende dagen
eet. Wat een wonder van de evolutie. Lichaam als een
torpedo, intrekbare rugvinnen, uitsparingen voor
borstvinnen, gefascineerd bestudeer ik het beest.
Wow. s'Avonds een bizarre ontmoeting met, ik vermoed,
een vissersvloot. Tientallen schepen blijven uren in
mijn buurt net als ik wil gaan slapen.
Zaterdag ontmoeting met vrachtschip, Indiaas
bemanningslid roept me op voor babbel, helaas kan ik
nog steeds niet zenden. Zondag, bij controle accu
blijkt deze bijna leeg. Met als enige stroombron het
zonnepaneel krijg ik het moeilijk met zoveel
bewolking de hele tijd. Vanaf nu geen cd's meer en
de GPS kan ook wel uit, weet toch wel waar ik heen
moet.
|
|
Maandag, wind tegen.
Opkruisen met windkracht 2. Dit kan nog lang gaan
duren!
Dinsdag, de wind heeft er geen zin vandaag.
Voornamelijk stil en af en toe steekt hij op uit
variabele richting. Pas in de middag gaat hij blazen
en breekt de zon door. Snel alle kleren uit, kan
natuurlijk niet met witte billen thuis komen. Bam,
een harde klap, ik spring de kuip in, en zie in het
kielzog een grote plaat multiplex drijven. Wat doet
dat nu midden op de oceaan? Ach, wat maakt het ook
uit, ben al lang blij dat het geen container is.
Woensdag, nu komt de wind dus echt van achteren.
Geen zin om af te kruisen met de Gen. Hijs dus de
Spi, wat een gedoe zeg. Zit eerst gedraaid, laat ik
hem zakken, komt hij in de golven terecht, opnieuw
hijsen en nu zitten er twee kleine gaatjes in, weer
laten zakken voordat het doorscheurt? Nah fock it.
Donderdag, nog steeds stuif ik met 7 knoop achter de
spi aan, zo gaat ie lekker. In de middag neemt de
wind toe en moet de spi naar beneden. Poging om
warme chocolademelk te maken mislukt, de troep zit
overal behalve in mijn pannetje.
Vrijdag, vandaag grote golven uit Finisterre waar
het afgelopen nacht stormde, hier heel wat minder
wind. Onder passaat-tuig rollen we richting Azoren.
Vang nog een tonijn, gelukkig niet zo'n grote.
Zaterdag: tussen mijn hazenslaapjes voer ik
standaard controles uit. Gaat als volgt: Piep piep
piep - Gaap - Kop uit luik (bij slecht weer door
koepel) - Koers? Perfect! - Zeilvoering? Prima! -
Snelheid? Super! - Schepen? Noppes! - Piep piep
(wekker zetten) - Snurk. Later valt de wind weer
weg. Ongelooflijk 1 dag verwijderd van de Azoren en
de ….wind laat het afweten. De spi hangt erbij als
een vaatdoek. Later vult hij zich weer en besluit ik
dat het tijd is voor een dutje. Als ik wakker wordt
merk ik meteen dat er iets niet klopt, we liggen
stil. Snel spring ik naar buiten. Oh nee, de spi
heeft zich volledig om het voorstag gedraaid. Wat ik
vervolgens ook probeer niets helpt. Midden op de
oceaan rest mij niets anders dan naar de top van de
mast te klimmen, de val los te gooien en naar
beneden zakkend de spi los te trekken. Trek mijn
klimgordel aan en begin omhoog. De boot schommelt
ongecontroleerd. Ik word heen en weer geslingerd,
drie meter naar links bam in de verstaging drie
meter naar rechts bam in de verstaging. Dit gaat zo
een uurtje door, zolang duurt het eer de spi bevrijd
is. Eenmaal beneden ben ik bont en blauw en zit
onder de schaafwonden. Gen hijsen, wind neemt toe,
genua hijsen, wind neemt nog meer toe, fok hijsen,
wind neemt af genua dan weer, nog meer af: gennaker.
Wat een stom spelletje! Klap klap wind weg. Bekijk
het maar ik ga slapen. |
|
Zondag, 0300 hé een briesje, bed uit gen omhoog, klap klap
wind weg. Ik schreeuw het uit van frustratie. 0900 hé een
briesje, bekijk het maar ik trap er niet meer in! Oh hij zet
door, snel hijsen. Gen op, valt de wind weer weg, nu ga ik
door het lint.
Als de wind een persoon was had ik nu al zijn tanden eruit
geslagen. Opeens begint de wind uit tegenovergestelde
richting te blazen. Het reefspelletje is weer begonnen en al
snel blaast de wind met een dikke 7 uit het westen. Horta
ligt aan de wind, probeer koers te houden, maar aan de wind
zeilen met deze windkracht is geen pretje, de boot krijgt
flinke klappen. De schoorsteenpijpen vallen zelfs uit het
kajuitdak. Ik besluit af te vallen en koers te zetten naar
een ander eiland Terceira. Een grote school dolfijnen zwemt
tegen de wind in, het zijn er misschien wel honderd, ze
springen en draaien in de lucht alsof ze gek zijn geworden,
een fantastisch gezicht. De wind neemt toe tot een 8Bft, en
de golven blijven maar groeien. Machtig. Probeer soep te
maken, maar in vlagen van 45 graden is dat onbegonnen werk.
Vliegt er ook nog een pot jam door de kajuit en zit alles
onder die plakzooi. Besluit mijn stormuitrusting te testen,
droogpak ipv zeilpak, neopreen handschoenen en bivakmuts,
geen golf doet mij nog wat. Een paar uur voor aankomst
begint de vermoeidheid zijn tol te eisen. Mijn humeur
bereikt een dieptepunt en ik begin met dingen te smijten.
De volgende ochtend bij het eerste licht loop ik Angra do
Heroismo aan. Het Groene Monster wil niet starten, dus
slinger ik hem aan: prut prut. Ik leg aan bij de receptie en
ze zijn nog dicht, bel eerst mijn moeder. Na al het
papierwerk parkeer ik de boot en ga slapen, pas om vijf uur
word ik wakker. In de haven krijg je tegen betaling een
handdoek en stuk zeep in je handen gedrukt. Je kunt
vervolgens onbeperkt douchen, iets waar ik gretig gebruik
van maak. Een deel van mijn haar is één grote dreadlock
geworden, het kost mij een uur en een hand vol haar om het
te ontklitten. Super fris stap ik het stadje in. Nergens
M&M's da's balen want daar droom ik al dagen over. Alles is
hier duur behalve wat er op het eiland groeit en leeft,
logisch natuurlijk, is tenslotte rots midden in de oceaan.
Op een cafémuur wordt stierenvechten geprojecteerd, het
trekt veel belangstelling. Paar dagen blijf ik hangen op
Terceira waar ik een beetje de toerist uithang, op een avond
hoor ik allemaal vrolijke muziek en ga op onderzoek uit. Het
is een boerenfeest en wordt het hoogtepunt van het verblijf
op de eilanden. Alle boeren zijn uit de heuvels
neergestreken bij de haven en zijn aan het dansen en zingen,
iedereen loopt met een gitaar in zijn hand kinderen tot
bejaarden. Op een vrijdag vertrek ik met ietwat weinig wind.
Na 2 uur zeilen, loeft de boot opeens op. Wat ik ook probeer,
hij blijft niet meer op koers. De vaan lijkt het te doen,
maar blijkbaar krijgt de trimtab geen sturing. Alle zeilen
naar beneden want de boot moet stilliggen om het roer uit
het water te trekken. Het probleem wordt snel gevonden en
even snel gerepareerd met een splitpen. Zodra ik het eiland
Sao Jorge aan BB heb en overstag wil gaan, valt de wind weg.
Misschien achter het eiland, stiekem stukje motoren dan maar.
Tuf tuf na tien minuten tuffen stopt de motor met een klap.
Hij lijkt te zijn vastgelopen. Ik ga op onderzoek, maar
krijg geen beweging meer in het vliegwiel. Als ik de hendel
in zeilstand wil zetten, breekt deze af. Ik verklaar het
Groene Monster dood. Vanaf nu zonder stinkende motor. Een
bizarre vrolijkheid overvalt mij en een brede glimlach trekt
over mijn gezicht. Stuurloos dobberen we de nacht in, in de
verte breken de Atlantische golven op de rotsen. De volgende
ochtend dobberen we nog steeds. Zodra er een briesje
opsteekt kruisen we het Kanaal Jorge in. Wat is het hier
mooi. Na een paar uur is de wind weer pleite. En weer
dobberen we. Wat te doen? Laat ik gaan zwemmen, het is
tenslotte bloedheet. Plons, aahhh wat lekker het water is
gewoon warm en zo ontzettend blauw. Het is hier tussen de
eilanden 1300m diep. Je kunt onderwater eindeloos ver kijken,
toch zie ik geen teken van leven zelfs geen kwal. Dan schrik
ik mij rot, wat zie ik! Een enorm stuk visnet heeft zich in
mijn prop genesteld. Jeetje, waarom had ik daar niet eerder
aan gedacht?! Nou aan het werk. Neem een flinke hap lucht en
begin te snijden. Auw, snij mijn vinger open, niet aan mijn
duikmes maar aan het blad van de propeller. Verlies veel
bloed, wat er onderwater trouwens best grappig uitziet.
Opeens klinkt het jaws deuntje in mijn hoofd. Ok, toch maar
even verbinden. Een bloedspoor leidt naar de verbandtrommel.
Plak het zooitje af en trek nu maar handschoenen aan.
Verwissel mijn flippers voor een maatje kleiner en ga weer
aan het werk. Twintig minuten heb ik nodig om alles los te
snijden, klote vissers. Motor staat nog in achteruit. Met
een paar subtiele hamerslagen weer in de vooruit. Met wat
sluitingen en visdraad en lijn maak ik een systeem waarmee
ik via de schootlier mijn toeren kan bepalen. En het werkt
nog ook. Nog steeds geen wind, ga wat eten koken en slapen.
Zaterdag ochtend met variabele winden vaar ik richting
Faial. Zonnetje, vulkaantje, dolfijntjes en Bob Marley, was
iedere dag maar als deze. Wat een leven! De wind neemt toe
tot 5 Bft uit het zuidwesten oftewel uit Faial, kruisen dan
maar weer. Onderweg vang ik nog twee vissen. Als ik in Horta
aanleg in onderbroek en kuip vol vissenbloed lopen de mensen
met een boog om me heen. Je ziet ze denken "zwerver". Het is
niet te geloven, maar aan de brandstof steiger ligt een
Albin Vega. Wat ziet dat ding eruit! Wel alles erop en eraan:
stuurvaan, zonnepaneel, masttreden. Begin gelijk een praatje
met de Canadese eigenaar. Hij is met vriendin op weg naar
Spanje. Het gesprek wordt ruw verstoord door een eikel van
de havenautoriteiten, die begint te zeiken dat ik gelijk
moet inklaren. Alle bureaucratie duurt zo lang, dat ze bij
terugkomst al zijn vertrokken. Hij had mij boot overigens
niet herkend als Vega, iets wat wel vaker voorkomt,
waarschijnlijk omdat ik niet zo'n lelijk beige dek heb. Door
het raam van de douane zie ik dat hij met zijn vriendin naar
mijn boot staat te kijken. Ze vinden het blijkbaar erg
grappig, waarschijnlijk zijn het de vissen en de te drogen
teddyberen die op hun lachspieren werken. Deze week is het
week van de zee in Horta. Een week vol festiviteiten, races
en concerten. Ik blijf een hele week in Horta waarin ik aan
de boot werk, een mountainbike huur en het eiland verken,
beetje feest vier en ga speervissen. Samen met Vladimir uit
Siberië repareer ik de motorhendel en s'avonds drink ik
pastis met mijn Franse buurman Bernard, die zich vijf
winters in het Groenlandse ijs heeft laten invriezen samen
met zijn veel jongere vriendin en twee scheepskatten. Zijn
boek "Bateau Igloo" is helaas alleen in het Frans
uitgebracht. En op een vrijdag vertrek ik weer, volgens de
Almanak een beetje laat ivm de eerste najaarsstormen. Hier
blijkt helaas niets van te kloppen, want windstilte plaagt
mij de eerste dagen. Moet hard vechten om uit hogedrukgebied
te komen. Wordt vergezeld door kleurrijke vissen die dagen
met mij optrekken. Eenmaal Noordelijker beginnen de
Westenwinden die mij naar Engeland blazen. Nooit waait het
harder dan 7Bft en in de 15 dagen op de oceaan lees ik vijf
dikke boeken, vang wat tonijn en geniet bijna dagelijks van
scholen dolfijnen die uren in mijn boeggolf spelen. Mijn
voorraad raakt op waardoor ik de noodton moet plunderen voor
mueslibars en chocolade.

De laatste dag draait de wind ZO 6 zou dus aan de wind het
kanaal in moeten. Hier heb ik geen zin in en besluit de
Scillies aan te lopen, waarvan ik helaas geen kaarten heb.
In het donker kom ik aan. De GPS valt steeds uit en overal
om me heen breken de golven op de rotsen. Spannende shit.
Eenmaal in New Grimsby Sound kan ik geen plek vinden om te
ankeren en knoop maar vast aan een mooring. De Scillies zijn
een paradijs, ik verblijf er uiteindelijk drie weken. Iedere
dag ga ik duiken, klimmen en/of zeekayaken. Maak lange
wandelingen over de heuvels en eet iedere dag verse vis en
bakken vol bramen. Groente haal ik bij een plaatselijke
boerderij en zo hoef ik alleen nog naar de supermarkt voor
chocoladekoekjes. Harry komt over voor een week en samen
verkennen we met onze kayaks alle eilandjes op zoek naar de
beste klimrotsen, altijd vergezeld door grote grijze
zeehonden. Harry vertrekt met de ferry, volgens hem drijvend
bejaardentehuis en ik blijf nog een weekje. We spreken af om
later nog in Sussex te gaan klimmen. Die laatste week raak
ik bevriend met Roland een bokser uit Litouwen, die in de
keuken werkt bij het Island Hotel. Hij brengt mij Heineken
en leftovers. In zijn vrije uren gaan we mountainbiken en
naar de prachtige tuinen die horen bij het kasteel van de
Duke. Deze kerel bezit het hele eiland incl. hotels, pubs,
huizen en boerderijen.
Erg middeleeuws maar iedereen mag hem blijkbaar of hebben de
muren hier oren? Op een zonnige dag met een mooie Zuidwester
zeil ik het Kanaal in, op weg naar Newhaven. De volgende
ochtend bereikt mij echter een SMS van Harry.
"Zeil maar
door naar Nederland, ben nl. tijdens het klimmen gevallen en
heb beide benen gebroken, wordt overgebracht naar Londen
want hier kunnen ze me niet opereren". Jeetje arme gozer.
Kampioen bottenbreken heeft het weer geflikt. Besluit dus
maar non-stop door naar huis te zeilen. Windstilte doet mij
echter uitwijken naar Swanage waar ik voor anker overnacht.
Daarna in één ruk door naar Hellevoetsluis, waar ik nog een
jacht die zijn prop was verloren door de sluis sleep. De
winterslaap ligt voor de deur, werk zoeken en boot klaar
maken voor de wereldreis.
Ik stuur een mailtje naar Merel, die al vijf jaar in de
Amazone woont, dat ik haar volgend jaar komt opzoeken. Met
deze belofte is er geen weg meer terug. Zomer 2006 zal ik
vertrekken, Merel accepteert geen smoesjes!
Laatst bijgewerkt op 10 juli 2008
|
|