Informatie over Albin Vega nr. 1672
- SY Rebellion
Rebellion
specs
Grote problemen
Kleine problemen
Aanschaf
Verbouwing
Waterdichtheid
De hut isoleren
Bun voor de buitenboordmotor
Aanpassingen in Buenos Aires
Algemeen:
De Albin Vega is een erg populair bootje, er zijn er wel 3450
van gebouwd. Allemaal in Zweden. In 1964 ontwierp Per Brohall de
boot en in 1965 werd het uit mahonie gebouwde prototype (genaamd:
Mahonie) te water gelaten. Testen waren positief en er werd snel
gebouwd (in polyester). De boot was in het leven geroepen om
vooral meer Albin benzinemotoren te verkopen, hoe bizar! Maar al
in 1971 stapte ze over op Volvo penta eerst MD6A, toen MD6B en
later MD7A. Ook werden er kleine aanpassingen aan de opbouw van
de boot gedaan. In 1969 staakte de bouw. Weet niet waarom.
De Vega is echt een lekker ouderwets bootje. Heel degelijk
gebouwd. Semi S-spant die niet over de volle lengte van de boot
loopt en daardoor minder nat oppervlak heeft als volle S-spanten.
Met een platte onderkant kan ie goed van golven surfen.
Eigenlijk is het een relatief snel bootje met de voordelen van
een beschermd roer (achter kiel). Koersvast en makkelijk te
zeilen.
Wereldwijd hebben vele Vega eigenaren zich verenigd in Nationale
verenigingen. Er is zelfs een wereldwijd overkoepelend orgaan (VODA).
In Nederland is de Vega een eenheidsklasse waar dus wedstrijden
mee worden gevaren. Dit is een goede manier om te leren het
beste uit je Vega te halen. Helaas heb ik nooit mee kunnen doen
omdat de wedstrijden van Mei tot September worden gevaren en je
dan lekker aan het toeren bent natuurlijk. Naar mijn mening
kunnen ze beter in de winter racen, hebben meer mensen de tijd.
In Nederland is de Kring van Vega Zeilers de nationale club.

Rebellion specs:
Type: Albin Vega nr. 1672
Bouwjaar: 1972
Lengte 8.23 m
Breedte 2.48 m
Diepgang 1.20 m
Gewicht ongeladen: 2300 kg
Motor: Yamaha Enduro, 2takt, 8 pk langstaart
Tuig: Sloep, masttop. Sparcraft mast en giek, 6mm verstaagt
Lieren: Lewmar 3x en Anderson 3x
Watertank: 60 liter (aangevuld met jerrycans)
Dieseltank: 15 liter

Zeilen:
- Grootzeil 14.8 m² (2004)
- Spinnaker 40m² (origineel)
- Genaker 38m² (2005)
- Genua 20m² (2e hands)
- Fok1/genua3 16m² (origineel)
- Reefbare fok 1 naar 2 16m² -9m² (2005)
- Werkfok 9m² (2e hands)
- Stormfok 6m² (origineel)
- Stormfok 5m² (2004)
Diversen:
- Navik stuurvaan
- Bruce anker 15kg
- Delta anker 10kg
- Danforth anker 8kg
- Seagrip anker 8kg
- Taylor petroleum kachel
- Kayak
- Bijboot Zodiac Cadet 310S
De Vega heeft een zeer goede reputatie wat zeewaardigheid
betreft. Niet helemaal terecht helaas. Er zijn weliswaar diverse
lange reizen mee gemaakt. Waaronder de bekendste:
- John Neal met zijn Mahina, rondje
Pacific
- Henk Jukkema met Little my van
Carieb naar Nederland
- Jarle Andhoy met Berserk van
Noorwegen naar Antarctica.
Alle drie hebben ze een boek geschreven. Maar niet iedereen die
lange reizen maakt schrijft boeken, er zijn een aantal
wereldomzeilingen gemaakt. En vele oceaan oversteken. Toch
hebben al die zeilers hun boot moeten aanpassen of onderweg
schade opgelopen. De problemen zijn echter allemaal makkelijk op
te lossen. Wat met een beetje handigheid de Vega maakt tot naar
mijn mening de beste lange afstand zeiler in zijn prijsklasse!!
Met hoeveel boten van tienduizend euro kun je met een gerust
hart overal heen varen??
Ok, wat zijn de probleempjes dan?
Mastondersteuning:
veel te zwak, met beetje zeegang begeeft deze het al.
Ik heb 15mm multiplex gelamineerd op schuimprofiel met 6cm dikke
balken die het zooitje omhoog houden.
Boegbeslag: ook dit was te zwak.
Kees Smit (kring van Vegazeilers) kent een mannetje en die last
een nieuw rvs plaatje op het boegbeslag.
Ramen: slechts met rubberen pees vastgezet, een flinke
breker zal de grote ramen er zeker uitmeppen!
Ik bevestig een overraam van lexaan. Omdat kunstof snel lekt
laat ik het oude raam zitten.
- Waterdichtheid, de boot lekt behoorlijk,
met name cockpit vloer, kuipluiken en voorluik.
Niet zoveel dat het gevaarlijk is maar water hoort buiten de
boot.
- Bilgedoorvoer, Onder aan de kiel zit een
dopje waarmee je de bilge kan luchten als de boot op de kant
staat.
Gevaarlijk wanneer je langs rots, koraal of ijsberg schaaft.
Probeer dat gat maar eens snel te dichten.
- Mastvoet, gemaakt van rvs daar een
aluminium paal op wat zeewater erbij en de corrosie zal je
mast opeten.
- Locatie instrumentenpaneel, direct onder
de ingang waar al het zoute water er zo in kan lopen.
- Watertank, ligt los ingebouwd in
voorpiek, gevuld is dat een zwaar gewicht dat tegen het
schot aan het beuken is.
- Moertjes, het interieur zit vast met
bouten en moeren die zichzelf loswerken waardoor de schotten
los komen.
- Roer, roer blijkt niet zo goed te zijn,
blijkbaar wil die weleens intern afbreken.
Eigenlijk valt het allemaal reuze mee!
Zolang je weet waar je op moet letten is het bovenstaande
allemaal snel en goedkoop op te lossen.
Ik zal nu laten zien wat ik allemaal verbouwd heb en hoe ik
bovenstaande problemen heb opgelost.
Verder zijn er wat minpunten waaraan niet zomaar iets te doen
is. Persoonlijk zou ik als ik de tijd en het geld had het
complete dek en opbouw nieuw maken. De gangboorden zijn wel erg
smal om snel en veilig naar het voordek te gaan. Bovendien is de
knik in het dak zeer nadelig voor wrijvingsloos alle vallen en
reguleerlijnen naar achter te laten lopen. Verder zou ik het
interieur uit één geheel maken met hout en epoxy en de boot
volschuimen. Maar goed dat is achterafgepraat, doen we volgende
keer wel.
Een ander nadeel van de Vega is de kleine motorruimte waardoor
je niet normaal aan je motor kan sleutelen. En het feit dat de
schroef achter het roer zit, dit maakt manouvreren tot een ware
kunst. Ik kan het in ieder geval niet! Voor boten die op zee
varen maakt dit natuurlijk geen ruk uit, maar voor al die lui
die op het binnenwater varen met al die irritante sluizen en
bruggen en jachthavens is het gewoon klote. Als dat mijn
vaarwater was, had ik nooit zo’n boot gekocht. Sorry Vegafreaks,
niet boos worden!

In het voorjaar van 2001 kocht ik de Silba van Dhr
Poppema in Haren, Groningen (of all places).
Omgevaren naar Stellendam, hier in loods. Jaar later in
Hellevoetsluis in loods.
Jaar daarop lag ik in Amsterdam en de laatste twee jaar weer in
Hellevoet.
Kaalmaken en schuren.
Schilderen.
Romp dekverbinding opnieuw kitten.
“If u can't Duc it, fuck it”
Interieur in wit en glossy green, fris en lekker licht, gevoel
van ruimte.
Plee.
Mastvoet: Tijdens eerste reis naar Noorwegen breekt de
mast in een storm.
Compleet nieuw tuig. Mastvoet deze keer van aluminium, omdat
deze breder is verbouw ik het dek.
Waterdichtheid.
Vervangen van het luik.

Nieuwe deur.
Bilgedoorvoer: uitgeslepen en dichtgelamineerd.
Locatie instrumentenpaneel: verhuisd naar bakboord.
Watertank: vastgeschuimd, werkt tevens isolerend.
Moertjes: met Loctite zelfborgend gemaakt.
Roer: niet verbouwd, wel een gat in buitenste bovenhoek gemaakt
voor eventuele noodbesturing. Verder moet een 10 mm bungeecord
(elastiek), klappen opvangen tijdens bijliggen in storm.
De hut isoleren:
Omdat ik van plan ben om Patagonia in de winter te doorkruisen
en de huidige boot echt geen warmte vast kan houden heb ik de
romp met 1 cm isolatiematten beplakt. En de binnenzijde van de
opbouw tot sandwich constructie omgebouwd mbv PU schuim (platen)
bedekt met 2lagen glas en epoxy. Weer een klote karwei, dat heel
veel tijd heeft gekost. Ben benieuwd naar het verschil.
Genuarail: nieuwe Harken rail met nieuwe karren.
Bij terugkomst in Buenos Aires wacht nog meer werk: vaste
buiskap, verwijderbaar binnenstag, rolgenua (Profurl),
gennakerboom, nieuwe traveller voor grootschoot, etc etc etc.
Bun voor de buitenboordmotor:
Het meest verschrikkelijke werk ooit aan boot gedaan: stel u
voor ondersteboven werkend, liggend op je rug in 35 graden,
glasvezel slijpen en lamineren. Epoxy druipt naar beneden. Drie
maanden lang jeuk. Een hel maar ik ben blij met het resultaat.
Gat slijpen en opbouw deels verwijderen. De motor is reeds
gekocht om te passen en te meten, zo maak ik hem precies op maat.
Nooit leuk om je romp zo te verminken. Het uitgeslepen stuk word
bewaard om later als basis voor afdekklep te gebruiken.
Met 10mm multiplex maak ik de bekisting, hier de tunnel.
Bovenaanzicht.
De rest van de bekisting. Alles passend maken, lijmen en
eventueel opvullen.
Geen scherpe hoeken: alles afronden of fileren. Ook mag nergens
water blijven staan.
Lamineren, laag na laag na laag. Tussendoor iedere keer slijpen
en schuren om vooral geen lucht in te sluiten.
Binnen was het meeste werk omdat ik er heel moeilijk bij kon
komen. Bovendien zit hier de sterkte, buiten kon ik geen dik
laminaat maken ivm het aansluiten aan romp. Binnen maakt dat
niet uit. Ongeveer 10 lagen glas.
Na drie maanden, eindelijk klaar. De bodem heeft een
afdichtplaat om weerstand te verminderen. Deze is niet
waterdicht, maar het water zal gewoon zijn eigen waterlijn
niveau zoeken. De schroef kan 360 graden draaien, waarmee dit
dan de meest manoeuvreerbare Vega ter wereld moet zijn. Meer dan
100kg gewicht besparing tov de Volvo.
Verbouwing in Buenos Aires
(Zie ook het
logboek voor meer info
over deze verbouwingen)

Brandstofbak: Omdat ik nu benzine ipv diesel
vervoer en geen explosieve gassen in de boot wil tover ik de SB
kuipskist om in een gasdichte brandstofbak.


Buiskap: De oude zachte buiskap was te groot om
er veilig omheen te gaan bovendien redelijk rot, vandaar deze
vaste, supersterke hout-epoxy kap.
 |

Kotterstag: Om het
balans met veel wind meer naar het draaipunt van de
boot te brengen monteer ik een kotterstag. Laat er
een klein stormzeiltje voor maken om goed te kunnen
bijliggen.
Alleen om de krachten onderdeks op te
vangen heb ik even moeten goochelen. Twee puttingen,
een in boeg (tevens oog voor waterstag) en een in de
ankerbak. Verbonden met dyneema via blok. En het
werkt fantastisch. |
|
 |
 |


Boegspriet: Om de Gennaker meer ruimte te geven
en omdat het er gewoon zo verdomd geil uit ziet maak ik een
carbon fibre boegspriet.

Windgenerator: Omdat
de zonnepanelen alleen niet genoeg opleveren buiten
de tropen, heb ik een windgenerator erop gezet. |
 |
|
|